Wat was er loos op het Waterlooplein?

Wat was er loos op het Waterlooplein?

‘De Waterloopleinmarkt gaat op de schop’ aldus Het Parool in december 2016. Stadsdeel Centrum had plannen om het aantal marktplaatsen te halveren en het plein opnieuw in te richten. Tot nu toe is er op het Waterlooplein nog weinig te merken van deze plannen. Toch laat de website van gemeente Amsterdam zien dat er wel degelijk over wordt vergaderd. De protesten van de marktkooplui tegenover de saneringsdrang van de gemeente lijken wel een déjà vu. Halverwege de jaren zeventig stond de herinrichting van het Waterlooplein ook al op de agenda van de gemeente Amsterdam. Dit leidde toen eveneens tot hevig protest van verschillende partijen. Eén van die partijen was Aktiegroep Nieuwmarkt. In dit essay zal een protestkrant van Aktiegroep Nieuwmarkt worden geanalyseerd. De titel WATisERLOOsPLEIN is al meteen een goede indicatie van de houding van Aktiegroep Nieuwmarkt. Maar op welke wijze brengt de actiegroep haar standpunt over? En heeft de oproep tot protest geleid tot het verwachte en gehoopte resultaat?

Om erachter te komen wie de auteurs van deze bron waren en waarom zij deze bron hebben gepubliceerd is het belangrijk om in de eerste plaats de historische context van de bron te achterhalen. Alleen op die manier kan een goed beeld worden gevormd van de bron. In de buurt rond de Nieuwmarkt en het Waterlooplein had de Tweede Wereldoorlog de meeste sporen achtergelaten. De huizen in deze voormalige Jodenbuurt waren geplunderd tijdens de hongerwinter en wat er nog overeind stond was onbewoonbaar geworden. Deze leegstand kwam de gemeente Amsterdam eigenlijk goed uit. Zij had namelijk de ambitie om alle oude panden te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Dit proces wordt in meerdere bronnen aangeduid als ‘cityvorming’. Voorafgaand aan de sloop stonden de panden echter lang leeg, waardoor Amsterdam zich kon ontwikkelen tot een ‘krakersparadijs’. Eén van de ‘prestige projecten’, die onderdeel waren van de cityvorming, was de aanleg van een metronetwerk. Met name de Oostlijn stuitte op veel weerstand, omdat voor de constructie van die lijn alle woningen op de metroroute moesten worden gesloopt. De krakers voerden enerzijds actie tegen de sloop van de woningen in tijden van woningnood en anderzijds tegen het geld wat de gemeente in hun ogen ‘verspilde’ aan overdreven ‘prestige objecten’. Te midden van deze protesten in de Nieuwmarktbuurt vond Aktiegroep Nieuwmarkt haar oorsprong.

Acties door de Aktiegroep

Aktiegroep Nieuwmarkt past binnen de definitie die doctor Virginie Mamadouh geeft van een ‘stedelijke sociale beweging’: ‘een stedelijke sociale beweging is een netwerk van organisaties, groeperingen en individuen die bewust (buitenparlementaire) actie voeren en gedurende langere tijd gericht zijn op de totstandkoming van ruimtelijke en maatschappelijke veranderingen op grond van alternatieve opvattingen over de herinrichting van de stad’. Aktiegroep Nieuwmarkt bestond namelijk vooral uit een groep krakers die door gedeelde hervormingsidealen samen waren gekomen. Deze idealen hadden, zoals Mamadouhs definitie aangeeft, betrekking op ruimtelijke en maatschappelijke veranderingen. Naast het aankaarten van de woningnood streefden de krakers naar het verbeteren van de wereld en naar alternatieve bestuursvormen binnen de maatschappij. Ook bestonden de protestmiddelen van Aktiegroep Nieuwmarkt uit voornamelijk buitenparlementaire acties.

Eén van die buitenparlementaire acties was het verstrekken van informatie aan het publiek via protestkrantjes. WATisERLOOsPLEIN uit oktober 1975 is één van die protestkrantjes. Zoals hierboven al werd vermeld, is dit krantje geproduceerd door Aktiegroep Nieuwmarkt. Het redactieadres is Zwanenburgwal 54/56. In die tijd werd er inderdaad gekraakt aan de Zwanenburgwal. Het is erg lastig om te achterhalen wie de auteurs van deze bron zijn geweest, maar eigenlijk doet dat er niet zoveel toe. Hier geldt hetzelfde als wat kraakhistoricus Eric Duivenvoorden over de actieaffiches schrijft: ‘het actieaffiche werd zozeer ervaren als de uitgave van een organisatie, een actiegroep of een collectief dat het vermelden van enkel een ontwerper überhaupt niet aan de orde was’. Wat echter wel kan worden vastgesteld door alleen naar de bron te kijken is dat er waarschijnlijk zowel schrijvers als kunstenaars in de redactie hebben gezeten. Veel van de teksten zijn met behulp van een typemachine gemaakt. De spotprenten en kaartjes zijn los daarvan geproduceerd en daarna als eindproduct samengevoegd met de teksten. Een groot gedeelte van de informatie is algemene kennis over het Waterlooplein en het omringende gebied. Daarnaast bevatten de pagina’s 6 en 7 interviews met een aantal marktkooplieden. Deze informatie is vermoedelijk uit de eerste hand. De chronologische tijdlijn op de pagina’s 8 en 9 is daarentegen informatie uit de tweede hand. Tot slot kan worden vastgesteld dat de makers wel enige vorm van opleiding moeten hebben gehad. De schrijfstijl is toegankelijk, maar goed onderbouwd en duidelijk gestructureerd. Daarnaast is het duidelijk dat de auteurs goed ingelicht waren over de situatie en dat ze persoonlijk belang hadden bij de inhoud van het krantje en het informeren van de lezers. Zo schrijven ze: ‘We hoeven niet langer af te wachten of stadsbestuurders en gemeenteraadsleden hun gedane beloften waar zullen maken. Als we een leefbare binnenstad willen zullen we daar gezamenlijk zélf voor moeten zorgen’.

Het publiek

De motivatie tot het schrijven van deze bron is het protest tegen de bouw van een nieuw stadhuis, kantoorgebouwen en het operagebouw op het Waterlooplein. In het krantje wordt het publiek geïnformeerd over de aankomende bijeenkomst van Aktiegroep Nieuwmarkt op 23 oktober in het Mozeshuis aan het Waterlooplein. Hierbij wordt vermeld dat deze avond bedoeld zal zijn om ‘te proberen hoe we samen wat tégen de dreigende plannen en voor de opbouw van een leefbare buurt kunnen doen’. De rest van het krantje bevat artikelen en spotprenten die de visie van Aktiegroep Nieuwmarkt op het debat rond het Waterlooplein onderbouwen en uitleggen. Eén van de sterkste argumenten bevindt zich op pagina 3. Er is een kaartje van de Nieuwmarkt- en Waterloopleinbuurt te zien waarop zeven verschillende gebieden worden onderscheiden. Per gebied wordt vervolgens in het artikel toelichting gegeven over de bestemmingsplannen en eventuele wijzigingen die daarin zijn aangebracht via ‘voorbereidingsbesluiten’. Voor zowel de Nieuwmarkt (gebied 1) als Uilenburg (gebied 2) zijn de plannen voor respectievelijk kantoren en universiteitsbouw gewijzigd dankzij protestacties. Beide gebieden zullen een woonfunctie krijgen. Ook de geplande universiteitsbouw in Valkenburg (gebied 3) gaat volgens dit artikel niet door. Wanneer we deze gedachtegang op logische wijze volgen komen we bij het cruciale gebied 4: Waterlooplein. Het bestemmingsplan voor Waterlooplein, ‘stadhuis met bijbehorende erven’, stamde uit 1955. De auteur van dit artikel betoogde daarom: ‘Het plan is nu 20 jaar verouderd. Het wordt tijd dat voor dit gebied door het afkondigen van een voorbereidingsbesluit een nieuw bestemmingsplan voorbereid wordt’. Op deze manier wordt geïmpliceerd dat het de krakers hoogstwaarschijnlijk ook dit keer weer zal lukken om hun wil door te drukken: nieuwe woningen op het Waterlooplein in plaats van kantoren en een stadhuis.

 

Naast hun eigen belang bij een betaalbare woning produceerden de krakers van Aktiegroep Nieuwmarkt deze bron ook in het belang van zowel de marktkooplieden als de buurtbewoners. De lezer wordt direct aangesproken en de auteurs maken in de inleiding veel gebruik van ‘we’. Daarnaast ontving de redactie al voor het verschijnen van dit krantje reacties van marktkooplieden en buurtbewoners die een bijdrage wilden leveren aan dit krantje. Het lijkt er dus op dat dit krantje is samengesteld door Aktiegroep Nieuwmarkt met input van de belangen van het publiek. De eerste oplage was 2000 exemplaren. Deze krantjes waren verkrijgbaar bij onder andere koffiebar Roodmerk, Boekhandel Atheneum en Stichting Wonen. Koffiebar Roodmerk was sinds 1970 een ontmoetingsplek van allerlei linkse en anarchistische groepen. De doelgroep van de auteurs van WATisERLOOsPLEIN bevatte dus in ieder geval de vaste klanten van koffiebar Roodmerk. Professor Ginette Verstraete stelt dat de leden van Aktiegroep Nieuwmarkt over een uitstekend distributie en informatie netwerk beschikten. Hierdoor konden de ideeën van de actievoerders snel en effectief onder een groot publiek worden verspreid.

Vergeten parel?

Het lijkt erop dat de bron WATisERLOOsPLEIN niet eerder voor een onderzoek is gebruikt. Er is veel literatuur verschenen over de Nieuwmarktrellen en het protest tegen de aanleg van de metro. Over het protest tegen de herinrichting van het Waterlooplein halverwege de jaren zeventig is echter nog maar weinig gepubliceerd. De bronnen die in dit essay worden gebruikt noemen het debat rond het Waterlooplein alleen tussen neus en lippen door. Bijvoorbeeld: ‘”prestige items”, which included the new combined city hall and opera and the new metro, which the state seemed to prefer over actually trying to solve the problems of the average citizen’. En ‘in de jaren zestig krijgt de buurt te maken met vier grootschalige projecten die Amsterdam in de vaart der volkeren moeten opstoten: behalve de IJ-tunnel, die in 1968 in gebruik wordt genomen, worden er voorbereidingen getroffen voor een stadhuis op het Waterlooplein, een vierbaanssnelweg en een metro van de Bijlmer naar het Centraal Station, dwars door de buurt’. Het protest tegen het nieuwe stadhuis wordt dus wel genoemd in verschillende bronnen, maar er wordt niet ingegaan op de wijze van het protesteren, wie erbij betrokken waren en wat de uitkomst van het protest is geweest.

Het krantje WATisERLOOsPLEIN bevat veel waardevolle informatie. In de eerste plaats geeft het ons een beeld van de wijze waarop werd geprotesteerd tegen de herinrichting van het Waterlooplein. Zoals hierboven al werd gezegd, bestaat er weinig literatuur over de wijze van protest in het debat rond het Waterlooplein. Deze bron zou een aanknopingspunt kunnen zijn voor verder onderzoek naar de protestwijze. Daarnaast  geeft deze bron ons belangrijke informatie over het zelfbeeld van de anonieme Aktiegroep Nieuwmarkt. Ondanks dat deze actiegroep bestond uit allerlei verschillende individuen, deelden zij allemaal dezelfde idealen en wensen. Deze sterk gedeelde mening op het gebied van woningnood en de toekomst van de stad Amsterdam wordt in ieder artikel in deze bron heel duidelijk geuit. Verder vertelt de bron ons op heldere wijze dat Aktiegroep Nieuwmarkt er echt in geloofde dat zij het verschil kon maken en haar wensen kon doordrukken. Zoals hierboven al werd gesteld, bevat pagina 3 het interessante artikel over de bestemmingsplannen. In dit artikel komt heel duidelijk naar voren dat de actievoerders er vanuit gingen dat het hun dit keer ook weer zou lukken om het bestemmingsplan van de gemeente te wijzigen en de woonfunctie terug te geven aan het Waterlooplein. Al deze informatie staat niet letterlijk in de bron, maar kan tussen de regels door worden gelezen wanneer er heel aandachtig wordt gekeken naar de manier waarop de auteurs de informatie presenteren. Deze onderzoeksmethode wordt door professor Catherine Belsey Textual analysis genoemd: ‘Textual analysis as a research method involves a close encounter with the work itself, an examination of the details without bringing to them more presuppositions than we can help’.

Deze bron zou onderdeel kunnen zijn van een groter historisch onderzoek naar de wijze waarop werd geprotesteerd tegen de herinrichting van het Waterlooplein. Het krantje bevat een aantal citaten uit een interview met marktkooplieden, maar het zou interessant zijn om op zoek te gaan naar dagboeken of brieven van buurtbewoners. Hieruit kan vervolgens worden afgeleid of de buurtbewoners inderdaad zo betrokken waren bij het debat rond het Waterlooplein, of dat Aktiegroep Nieuwmarkt dat alleen beweerde om hun argumentatie kracht bij te zetten. Verder zou het interessant zijn om bronnen van de gemeente te raadplegen. Als er daadwerkelijk openlijk geprotesteerd is op en rond het Waterlooplein, moet dat wel ergens gedocumenteerd zijn. Het gebrek aan gepubliceerde literatuur over protesten tegen de herinrichting van het Waterlooplein in de jaren zeventig roept vragen op over het effect van protestacties zoals het krantje WATisERLOOsPLEIN. Is dit één van de weinige bronnen? Of is er tot nu toe weinig belangstelling geweest voor dit onderwerp? Krijgen de Nieuwmarktrellen meer aandacht en publiciteit omdat deze acties uiteindelijk ‘geslaagd’ zijn, terwijl de krakers de strijd om het Waterlooplein ‘verloren’?

Met een finalistische blik kan worden vastgesteld dat het protest rondom Waterlooplein anders is gelopen dan de krakers hadden gehoopt en verwacht. Het protestkrantje WATisERLOOsPLEIN roept anno 2018 veel vragen op. We missen een groot gedeelte van het verhaal: het gedeelte tussen de publicatie van dit krantje in oktober 1975 en de start van de bouw van de Stopera in juli 1982. Waarom kregen de actievoerders van Aktiegroep Nieuwmarkt hun zin niet wat betreft het Waterlooplein? Wanneer we de beweringen van de historicus James Kennedy over het beleid van de Nederlandse overheid in die tijd lezen, wordt deze vraag alleen maar interessanter. Hij schrijft het volgende over de wijze waarop de Nederlandse overheid omging met de protestacties in de jaren zeventig: ‘Twee conventies binnen de Nederlandse politieke cultuur kunnen deze houding [van de Nederlandse overheid] nader verklaren. Ten eerste hekelden de Nederlandse gezagsdragers het gebruik van geweld en waren bereid tot het uiterste te gaan om dit te vermijden.’ Daarnaast ‘waren [in Nederland] de tolerantie en flexibiliteit in het omgaan met recht en orde veel groter [dan in andere delen van Europa].’ Omdat de Nederlandse overheid liever ‘een beetje chaos toestond’ dan de confrontatie opzocht, werden veel van de wensen van de actievoerders uiteindelijk gerealiseerd. Als Kennedy gelijk heeft, zou het niet vreemd zijn geweest wanneer de Nederlandse overheid ook gehoor had gegeven aan de protestacties rondom Waterlooplein. Dit zou ook aansluiten bij de beredenering van de actievoerders zelf in het artikel op pagina 3. De wensen van Aktiegroep Nieuwmarkt omtrent de toekomst van het Waterlooplein zijn echter uiteindelijk niet vervuld, terwijl deze protestacties toch binnen de hoogtijdagen van de krakers vielen.

Conclusie

Dankzij deze bronanalyse is duidelijk geworden wat de motivatie was van Aktiegroep Nieuwmarkt om deze protestkrant te publiceren. Daarnaast is er een beeld ontstaan van de beoogde doelgroep: een links publiek van zowel studenten als marktkooplui en buurtbewoners. Verder is gebleken dat het krantje WATisERLOOsPLEIN nog niet eerder is gebruikt in onderzoek. Dit sluit aan bij de constatering dat er nog maar weinig is gepubliceerd over het protest tegen de herinrichting van het Waterlooplein. Dit zou een interessant onderwerp kunnen zijn voor verder onderzoek. Er zijn namelijk nog veel onbeantwoorde vragen. Enerzijds over de beschikbaarheid van andere bronnen over het protest rond het Waterlooplein en anderzijds over het resultaat van de protestacties. Dat resultaat was namelijk lang niet zo rooskleurig als Aktiegroep Nieuwmarkt had gehoopt. Hopelijk zullen er in de toekomst antwoorden worden gevonden voor deze vragen, zodat we er eindelijk achter kunnen komen wat er loos was op het Waterlooplein.

 

Ella Botter

studentnummer: 11055448

 

Bibliografie

Primaire bron:

  • IISG Amsterdam, Aktiegroep Nieuwmarkt, IISG ZK 37965 (1975)1

Secundaire bronnen:

  • Belsey, C., ‘Textual analysis as a research method’ in: Gabriele Griffin ed., Research methods for English studies (Edinburgh 2013) 160-178.
  • Bosscher, D., ‘Geen woning, toch een kroning’, in: P. de Rooy e.a. (red.), Geschiedenis van
  • Amsterdam: Tweestrijd om de hoofdstad 1900-2000 (Amsterdam 2007).
  • Duivenvoorden, E., Een voet tussen de deur: Geschiedenis van de kraakbeweging 1964-1999
  • (Amsterdam 2000).
  • Duivenvoorden, E., Met emmer en kwast: Veertig jaar Nederlandse actieaffiches 1965-2005
  • (Amsterdam 2005).
  • Kennedy, J.C., Nieuw Babylon in aanbouw: Nederland in de jaren zestig (Amsterdam 1995).
  • Mamadouh, V., De stad in eigen hand. Provo’s, kabouters en krakers als stedelijke sociale beweging (Amsterdam 1992).
  • Owens, L., Cracking under pressure: Narrating the decline of the Amsterdam squatters’ movement (Amsterdam 2009).
  • Rose, G., Visual methodologies: An introduction to the interpretation of visual materials (London 2007).
  • Verstraete, G., ‘Underground visions: strategies of resistance along the Amsterdam metro lines’ in: Christoph Lindner en Andrew Hussey eds., Paris-Amsterdam underground: Essays on cultural resistance, subversion, and diversion (Amsterdam 2013) 77-95.
Rating: 5.0/5. From 1 vote.
Please wait...
Voting is currently disabled, data maintenance in progress.
Deel op social media

One Reply to “Wat was er loos op het Waterlooplein?”

  1. Een actuele inleiding werkt vaak goed in een historisch artikel, het wekt snel de interesse en kan gelijk een historische paralel schetsen. Het is daarom jammer dat de huidige plannen of een mogelijke connectie met het krakersverleden van de buurt niet in de tekst terugkomen.
    De geschiedenis van de leegstand in de buurt als gevolg van de Tweede Wereldoorlog was bij mijzelf niet bekend en vormde voor mij een interessant aanknopingspunt voor bestudering van de Nieuwmarkt en Waterlooplein.
    Er wordt gesteld dat de gemeente vooral in Oost stuitte op weerstand, omdat hier alle huizen langs het metronetwerk gesloopt diende te worden. Was het slopen van woonhuizen niet noodzakelijk voor de aanleg van de metro door West of Zuid?
    De standpunten van Aktiegroep Nieuwmarkt worden helder uitgelegd en duidelijk binnen de historiografie geplaatst. Het aanhalen van Eric Duivenvoorden bij onduidelijkheid over de auteur van het blad heeft volgens mij een sterk effect voor het visualiseren van en begrijpen van de Aktiegroep Nieuwmarkt en de krakersbeweging.
    Wat ik me af vroeg, en wat waarschijnlijk lastig te achterhalen viel, was of het verschijnen van dit krantje reeds was aangekondigd of dat de spontane bijdragen van marktkooplieden leidde tot de uitgave van dit blad?
    Een prettige schrijfstijl in combinatie met sterk gebruik van tekstfragmenten leidt tot een aantrekkelijk en boeiend artikel. Let erop ten slotte op deze fragmenten op consequente wijze in het artikel te verwerken.

    No votes yet.
    Please wait...
    Voting is currently disabled, data maintenance in progress.

Geef een antwoord